DE ROL VAN DOSSIERS

Dossiers zijn de thema’s waar Schoolstrijd actie-onderzoek naar doet. Thema’s waarop we het verschil maken. Tegelijkertijd staan dossiers symbool voor grotere vraagstukken in ons onderwijs. Zoals hoe we omgaan met normativiteit. Of maatwerk mogelijk is. En hoe we gelijke kansen produceren. En vragen we ons af: werkt de manier waarop we het onderwijs hebben georganiseerd daarin mee of tegen? Samen pellen we deze thema’s af tot de kern, en ontwerpen we duurzame alternatieven voor perverse prikkels.

DOSSIER 3: Een lerend stelsel

In dit dossier onderzoeken we niet hoe leerlingen leren, maar hoe het lerend vermogen van het stelsel vergroot kan worden. Kortom, hoe scholen meer van elkaar kunnen leren, hoe docenten meer in staat kunnen worden gesteld om onderwijs te ontwerpen, en hoe goede innovaties zich sneller kunnen verspreiden. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Want hoewel het onderwijs bulkt van de goede bedoelingen, prevaleert het organisatiebelang nog te vaak boven het publiek belang.

CASUS: EEN SCHOOL VOOR JURRE

Casus
Maarten is gefrustreerd. Er is geen enkele school in de omgeving die hij goed genoeg vindt voor zijn zoon Jurre. En zoals Jurre zijn er meerdere jongeren, weet hij – met zoveel talent dat ze al snel ondervraagd worden, en zich gaan vervelen. Met lede ogen ziet hij aan hoe Jurre steeds vaker somber thuiskomt van school. Thuisonderwijs is geen optie, omdat Maarten en zijn vrouw allebei een drukke baan hebben. Het liefst zou hij een nieuwe school stichten, waar niet het curriculum centraal staat, maar iedere leerling op zijn of haar talenten wordt uitgedaagd.

Knelpunten op organisatieniveau
Maarten heeft hoge verwachtingen van onderwijs in Nederland. Daar is op zichzelf niets mis mee. Zeker niet omdat hij zelf initiatief neemt, en daar aan bij wil dragen. In theorie heeft Maarten daar alle mogelijkheden toe. Met een beroep op de vrijheid van onderwijs kan hij in principe een school stichten, mits hij aantoont dat er voldoende interesse is én er niet al een school van dezelfde denominatie in de buurt staat. Met dat laatste begint het probleem – Maarten heeft uitgesproken onderwijsinhoudelijke ideeën, en wil zich niet onderscheiden op denominatie. Daarnaast is hij erachter gekomen dat een school stichten niet in een handomdraai gedaan is. Hij verwacht er 16 uur per week, twee jaar lang voor nodig te hebben. Dat is een hele investering. Zeker omdat hij van te voren niet weet of de gemeente en minister gaan instemmen met zijn plan. Met andere woorden, aan het stichten van een school zijn hoge transactiekosten verbonden.

Daarnaast heeft Maarten zich wel verdiept in zijn zoon, maar verder weinig verstand van onderwijs. Didactiek, pedagogiek… het zijn allemaal begrippen waar hij niet goed bekend mee is. Hoewel dat geen bezwaar hoeft te zijn, is het de vraag of zijn voorstel van voldoende kwaliteit gaat zijn. Daar wordt zijn voorstel echter niet of amper op getoetst.

Knelpunten op systeemniveau
Op dit moment bereidt het kabinet een wetsvoorstel voor dat een aantal van de systeemknelpunten op kan lossen. Zo zullen initiatiefnemers hun voorstel beter moeten onderbouwen, en wordt het mogelijk om ook richtingvrije scholen te stichten. Toch blijft er een belangrijk risico op de loer liggen: dat al die eisen het initiatief van betrokken ouders of docenten in de kiem smoren, vanwege de hoge transactiekosten.

GA NAAR OPLOSSINGEN